Regionale energiestrategieën: hoe en wat?

In Regionale Energiestrategieën (RES’en) moeten regio’s concrete plannen maken om de afspraken uit het Klimaatakkoord na te komen. In dat Klimaatakkoord hebben we een belangrijke rol voor burgers bevochten. De volgende uitdaging voor ons als energiecoöperaties is om die rol waar te maken. Hieronder de belangrijkste informatie rond RES’en op een rij:

Om welke regio’s gaat het?
Hoe komt een regionale energiestrategie tot stand?
Waar staan we voor bij de RES’en?
Hoe organiseren we onze inbreng?
Welke ondersteuning is beschikbaar?
Wat kan je nu al doen?

Om welke regio’s gaat het?

Voor de provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Flevoland is het overzichtelijk: provincies zijn gelijk aan regio’s. De overige provincies zijn verdeeld in twee regio’s (Noord-Holland, Limburg, Overijssel, Utrecht, Zeeland), vier (Noord-Brabant), zes (Gelderland) of zelfs zeven (Zuid-Holland).

Hoe komt een regionale energiestrategie tot stand?

  • Formeel begint het proces pas na ondertekening van het Klimaatakkoord (op zijn vroegst in juni). Maar veel regio’s zijn al aan de slag met een RES. Vanuit het ‘Nationaal programma RES’ is er 29 januari een aftrap met (bestuurlijke) ‘trekkers’ uit de regio’s.
  • De provincie of gemeenten stelt een ‘kwartiermaker‘ aan.  Die gaat ‘stakeholders’ uitnodigen. Per regio wordt verder een stuurgroep ingesteld met bestuurlijke vertegenwoordiging van provincie, waterschap, gemeenten en een vertegenwoordiging van de netbeheerder, maatschappelijke partijen en het bedrijfsleven (er komt ook een landelijke stuurgroep RES, daarin zitten we ook als Energie Samen).
  • In een startdocument worden doelstelling, planning, organisatie en wijze van democratische en ruimtelijke borging vastgelegd. Dit kan door gemeenten, waterschappen en provincie worden bekrachtigd, maar dat hoeft niet.
  • Uiterlijk een half jaar na ondertekening van het Klimaatakkoord levert de voorzitter van de RES-stuurgroep een concept-RES in (bij het Nationaal programma RES) dat minimaal is goedgekeurd door GS, B&W en het Waterschapsbestuur en ter kennisgeving is voorgelegd aan raden, Staten en Algemene Vergadering van de waterschappen.
  • Beoordeling concepten: het Nationaal Programma RES laat de concept-RES’en doorrekenen (wordt de totale opgave gehaald?) en beoordeelt ze ook kwalitatief (zijn het proces, gekozen maatregelen en ruimtelijke uitgangspunten in orde?). Dit kan uitmonden in maatregelen, variërend van ‘een goed gesprek’ tot, in het uiterste geval, een projectbesluit van provincie of Rijk.
  • Uiterlijk een jaar na ondertekening van het Klimaatakkoord wordt een  ‘RES 1.0‘ ingediend, formeel vastgesteld door de betrokken overheden.
  • Daarna volgt uitvoering. Die loopt tot 2030. De RES wordt minimaal elke 2 jaar geüpdatet.

Meer informatie: Handreiking voor regio’s ten behoeve van het opstellen van een Regionale Energiestrategie. Versie 20 december 2018 (downloadpagina).

Waar staan we voor bij de RES’en?

  1. 50% eigendom voor de lokale omgeving (zie ook: hoe zat het ook weer met die 50%?). Dit is weliswaar een algemeen streven en regio’s kunnen er vanaf wijken, maar er moeten wel héél goede redenen zijn om lager te gaan zitten. Daar moeten we scherp op zijn.
  2. Een open proces waar burgers en lokale bedrijven volwaardig aan mee kunnen doen. Dit is afgesproken in het Klimaatakkoord, maar per overheid en regio kan de inzet verschillen. Onze inzet is en blijft: alleen met participatie van de omgeving kan de energietransitie slagen.
  3. Energie-coöperaties, agrariërs en andere ondernemers helpen hun rol te pakken in dit proces. Dit doen we vanuit Energie Samen samen met de natuur- en milieufederaties en HIER Opgewekt.

Hoe organiseren we onze inbreng?

Het van groot belang dat we als energiecoöperaties bij alle regio’s vertegenwoordigd zijn. Dat er iemand van ons aan tafel zit met verstand van zaken en die alle burgerinitiatieven in de regio kan vertegenwoordigen. De komende tijd toeren mensen van Energie Samen door het land, onder andere om hier kandidaten voor te vinden.

Welke ondersteuning is beschikbaar?

In het klimaatakkoord is een bedrag gereserveerd voor de ‘participatiecoalitie’ om concrete bijdragen te kunnen leveren aan de RES’en. In die participatiecoalitie werken we als energiecoöperaties samen met natuur- en milieuorganisaties en actieve bewoners/buurtorganisaties. We zijn nu bezig om op koepelniveau afspraken te maken over hoe we die ondersteuning vormgeven (Energie Samen, NMF, HIER Klimaatbureau/Opgewekt, Buurkracht en LSA Bewoners).

De regiotoer van Energie Samen is ook bedoeld om te bespreken wat er aan ondersteuning nodig is.

Ondersteuning die niet samenhangt met Klimaatakkoord of RES’en is het Ontwikkelfonds, een revolverend fonds voor projectvoorbereiding door energiecoöperaties dat met hulp van NIA (Invest NL), Nationaal Groenfonds en projectbureau REScoopNL wordt opgezet. Hieruit kan geld beschikbaar worden gesteld dat bij een financial close van het project wordt teruggestort.

Tot slot is er ondersteuning vanuit het Nationaal Programma RES. Dat lijkt vooral gericht te zijn op overheden.

Wat kan je nu al doen?

  • Zoek op in welke regio jouw energiecöperatie ligt, welke andere er zijn en neem contact met elkaar op.
  • Hou de nieuwsbrief van Energie Samen in de gaten voor de data van de regiotoer.

Hoe zat het ook weer met die 50%?

Eigendom lokale omgeving

Uit het Ontwerp voor het Klimaatakkoord, 21-12-2018 (p. 156):
Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven).

Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook mee-investeren en risico lopen. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken. Hierbij wordt ook in acht genomen de bijzondere positie van de waterschappen, die zowel lokale ontwikkelaar zijn als decentrale overheid met een verduurzamingsopgave van hun eigen bedrijfsprocessen.

50% van wat?

De afspraak is 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Met wat we nu weten is daarvoor 49 TWh op zee en 35 TWh op land nodig (maar misschien meer; als industrie, verkeer en woningen elektrificeren, gaat de elektriciteitsvraag omhoog). Op land gaan de regio’s via de RES’en ruimtelijke plannen maken voor een groei van die 35 TWh aan duurzame elektriciteit via niet-gebouwgebonden wind- en zonprojecten van meer dan 15kW.

Vragen over de organisatie van lokale energiecoöperaties op RES-niveau: Cilou Bertin, projectbureau REScoopNL, cilou.bertin@energiesamen.nu

Reacties zijn gesloten.